UWO Press Archives: Brabants Dagblad 12/03

Back to Archives: Contents page.

Back to Main Index


An interview by Rinus van der Reijden from the Dutch newspaper "Brabants Dagblad" in connection with the 'Stranger than Para..noia" Jazz festival in Tilburg, NL.

Een big band, die uitsluitend bevolkt wordt door vrouwen. Dat is het United Women's Orchestra. Ooit was de wereld van de grote jazz-orkesten een pure mannenaangelegenheid. Zondag maken de vrouwen van van United Women's Orchestra de dienst uit tijdens Stranger than Para..noia. Het festival dat allerlai stijlen vernigt, begint vanavond in Tilburg.

Jazz in handen van achttien vrouwen.
Die mannetjes toch indertijd. Allemaal in hetzelfde pak, achter dezelfde muzieklessenaar, zich uitputtend in zo hard, hoog en snal mogelijk spelen. Het enige verschil was soms hun huidskleur: zwart of blank. En hun werkgever. Die heette de ene keer Benny Goodman, dan weer Duke Ellington, of Count Basie, of Cab Calloway. of Tommy Dorsey, of Billy Eckstine, of Woody Herman, of Jimmie Lunceford. Zij zijn de gezichten geworden van de grote swing-orkesten, die de Afro-Amerikaanse jazz definitief vorm gaven. Hun werknemers waren zonder uitzondering mannen.
En heden ten dage is het eigenlijk nog steeds zo. Zeker, er zijn natuurlijk Maria Schneider en Carla Bley, vrouwelijke big band leiders, maar het zijn voornamelijk mannen die hun muziek uitvoeren.
Sinds 1992 is er het United Women's Orchestra (UWO), dat bestaat uit achttien vrouwen. Toegegeven, als het orkest ergens moet spelen, er iemand niet kan en zelfs de reserves zijn uitgeput, wordt er wel eens een beroep gedaan op een mannelijke collega. Maar dat komt zelden voor. Het UWO is er voor en door vrouwen. Of dat ideologisch is gegroeid, alleen vrouwen?
Welnee, zegt Hazel Leach, samen met Christina Fuchs leider en componist van het orkest. "We zijn voortgekomen uit een vrouwencentrum in Frankfurt, dat in 1992 een workshop voor big bands organiseerde. Christina was er een van de initiatiefnemers. Ik ontmoette haar daar en het klikte meteen tussen ons. Wij schreven de eerste stukken en dat is zo gebleven. Je kunt zeggen dat de bezetting door vrouwen een beetje vanuit een historisch besef is gegroeid. Het heeft ook niets met feministische of militante vrouwen te maken. Voor iedereen in de band geldt hetzelfde idealisme: een vrouwen-bigband met eigen repertoire was er niet, nu wel. En goed!".

Machismo.
Want: machismo is niet alleen voor mannen weggelegd. "Wij kunnen ook luid, hoog en snel spelen", zegt Hazel Leach stellig. "Dat is zo overdreven in de wereld van de big band. Zo'n Stan Kenton met vijf trompetten en vijf trombones. Dat heeft op een gegeven moment toch geen impact meer. Met een big band kun je juist zulke prachtige harmonische contrasten scheppen. Wij kunnen ook high-energy uitpakken, maar het wordt pas goed als je subtiel kunt spelen, een heel scala aan dynamiek kunt uitleggen."
In Nederland speelt het volgens Hazel Leach niet meer zo, dat er stomverbaasd wordt opgekeken als er een vrouwen-band de jazzpodia beklimt. In Duitsland, waar de groep het meest speelt, wel. "In Zuid-Duitsland vooral wordt nog gedacht: vrouwen kunnen toch geen jazz spelen. Recensies gaan vrijwel altijd over de bezetting. In de laatste twee regels wordt nog wel eens iets over de muziek gezegd. Je ziet in die recensies duidelijk de mening van de schrijver over vrouwen terug. Alleen daarom is het al goed dat we onze ideologie overeind houden. Nederland is iets verder, maar het is verbazingwekkend how weinig vrouwen er op de jazzopleidingen zitten. Zangeressen wel ja, maar nauwelijks instrumentalisten."
Het United Women's Orchestra valt niet alleen op door de bezetting, maar ook door zijn repertoire: uitsluitend eigen stukken, geschreven door de bandleiders Leach en Fuchs. "Geen mainstream uit de jaren veertig", benadrukt de eerste. "Alle bandleden zijn vrij jong, geen van allen is opgegroeid met de swingmuziek uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Bovendien ben ik Europese, mijn invloeden wil ik laten horen. Je neemt mee wat je hebt. Het is zo'n vreemd snobisme in de wereld van de jazz: als het Amerikaans is, is het goed." De muziek van het UWO moet het hebben van klankkleuren, het mengen van bijvoorbeeld fluiten en klarinetten, een repertoire voorschotelen dat het publiek niet of nauwelijks kent. "Het moet het oude idioom van de big band wel loslaten", vindt Hazel Leach. "Zelf materiaal schrijven is voor ons niet moeilijk, maar juist hartstikke leuk. Je krijgt er een schitterende situatie door. De band is bereid alles te spelen en jijzelf kunt zoveel experimenteren als je wilt."

Raakvlakken.
Hoewel Christina Fuchs en Hazel Leach - de ene afkomstig uit Duitsland, de andere uit Engeland, de ene gelouterd in experimentele- en theatermuziek, de andere in jazz, klassiek en volksmuziek- op het eerste gezicht nauwelijk raakvlakken hebben, zorgen zij voor een indrukwekkend repertoire.
"Christina en ik zijn beiden geinteresseerd in de orkestratiekant van muziek: dat je nog kunt schrijven voor zo'n grote bezetting. Onze muziek bestaat grofweg voor de helft uit geschreven werk, voor de andere helft uit improvisatie. Hoe kun je de verschillende vormen van improviseren combineren met geschreven stukken? Antwoord geven op die vraag geeft veel meer vrijheid dan bij een traditionele bigband."
Hazel Leach is opgegroeid in Engeland en woont sinds 1979 in Nederland. "In Engelenad leeft volksmuziek nog, hier is het een museumstuk. Ik wil volksmuziek niet naspelen, maar ik ben wel opgegroeid met de muziek van mijn land. Die invloeden gebruik ik. Voor onze volgend cd schrijf ik een stuk met Griekse invloeden, op de vorige deed ik dat met invloeden uit Sardinië. Dat alles mengt heel mooi met de inbreng van Christina, die uit de vrije improhoek komt." De bezetting van het United Women's Orchestra wordt vooral gevormd door vrouwen uit Duitsland en Nederland, maar ook uit Engeland en Nieuw-Zeeland. Die Laatsten wonen echter wel in Duitsland of Nederland. Anders was het geven van concerten een onmogelijke zaak. De huidige recessie maakt het immers steeds moeilijker een groot en dus duur orkest bij elkaar te krijgen.
"Wij spelen dan ook maar tien à twaalf concerten per jaar", zegt Hazel Leach. "Voor het geld doen we het niet. Voor elk concert stellen we een programma samen. Op Stranger Than Para..noia spelen we maar één set, dus moeten we zuinig zijn op het aantal stukken. In Tilburg treden we op met (zangeres) Ineke van Doorn. Dat wilden we altijd al. Omdat onze vaste zangeres is verhuisd naar Dresden, zitten we zonder. Het is nog een open vraag of zij vervangen wordt, maar we zijn wel benieuwd of de samenwerking met Ineke bevalt."


top