Een big band, die uitsluitend bevolkt wordt door vrouwen. Dat is het United Women's Orchestra. Ooit was de wereld van de grote jazz-orkesten een pure mannenaangelegenheid. Zondag maken de vrouwen van van United Women's Orchestra de dienst uit tijdens Stranger than Para..noia. Het festival dat allerlai stijlen vernigt, begint vanavond in Tilburg.
Jazz in handen van achttien vrouwen.
Die mannetjes toch indertijd. Allemaal in hetzelfde pak, achter dezelfde
muzieklessenaar, zich uitputtend in zo hard, hoog en snal mogelijk spelen.
Het enige verschil was soms hun huidskleur: zwart of blank. En hun werkgever.
Die heette de ene keer Benny Goodman, dan weer Duke Ellington, of Count
Basie, of Cab Calloway. of Tommy Dorsey, of Billy Eckstine, of Woody Herman,
of Jimmie Lunceford. Zij zijn de gezichten geworden van de grote swing-orkesten,
die de Afro-Amerikaanse jazz definitief vorm gaven. Hun werknemers waren
zonder uitzondering mannen.
En heden ten dage is het eigenlijk nog steeds zo. Zeker, er zijn natuurlijk
Maria Schneider en Carla Bley, vrouwelijke big band leiders, maar het zijn
voornamelijk mannen die hun muziek uitvoeren.
Sinds 1992 is er het United Women's Orchestra (UWO), dat bestaat uit
achttien vrouwen. Toegegeven, als het orkest ergens moet spelen, er iemand
niet kan en zelfs de reserves zijn uitgeput, wordt er wel eens een beroep
gedaan op een mannelijke collega. Maar dat komt zelden voor. Het UWO is
er voor en door vrouwen. Of dat ideologisch is gegroeid, alleen vrouwen?
Welnee, zegt Hazel Leach, samen met Christina Fuchs leider en componist
van het orkest. "We zijn voortgekomen uit een vrouwencentrum in Frankfurt,
dat in 1992 een workshop voor big bands organiseerde. Christina was er
een van de initiatiefnemers. Ik ontmoette haar daar en het klikte meteen
tussen ons. Wij schreven de eerste stukken en dat is zo gebleven. Je kunt
zeggen dat de bezetting door vrouwen een beetje vanuit een historisch besef
is gegroeid. Het heeft ook niets met feministische of militante vrouwen
te maken. Voor iedereen in de band geldt hetzelfde idealisme: een vrouwen-bigband
met eigen repertoire was er niet, nu wel. En goed!".
Machismo.
Want: machismo is niet alleen voor mannen weggelegd. "Wij kunnen ook
luid, hoog en snel spelen", zegt Hazel Leach stellig. "Dat is zo overdreven
in de wereld van de big band. Zo'n Stan Kenton met vijf trompetten en vijf
trombones. Dat heeft op een gegeven moment toch geen impact meer.
Met een big band kun je juist zulke prachtige harmonische contrasten scheppen.
Wij kunnen ook high-energy uitpakken, maar het wordt pas goed als
je subtiel kunt spelen, een heel scala aan dynamiek kunt uitleggen."
In Nederland speelt het volgens Hazel Leach niet meer zo, dat er stomverbaasd
wordt opgekeken als er een vrouwen-band de jazzpodia beklimt. In Duitsland,
waar de groep het meest speelt, wel. "In Zuid-Duitsland vooral wordt nog
gedacht: vrouwen kunnen toch geen jazz spelen. Recensies gaan vrijwel altijd
over de bezetting. In de laatste twee regels wordt nog wel eens iets over
de muziek gezegd. Je ziet in die recensies duidelijk de mening van de schrijver
over vrouwen terug. Alleen daarom is het al goed dat we onze ideologie
overeind houden. Nederland is iets verder, maar het is verbazingwekkend
how weinig vrouwen er op de jazzopleidingen zitten. Zangeressen wel ja,
maar nauwelijks instrumentalisten."
Het United Women's Orchestra valt niet alleen op door de bezetting,
maar ook door zijn repertoire: uitsluitend eigen stukken, geschreven door
de bandleiders Leach en Fuchs. "Geen mainstream uit de jaren veertig",
benadrukt de eerste. "Alle bandleden zijn vrij jong, geen van allen is
opgegroeid met de swingmuziek uit de jaren dertig en veertig van de vorige
eeuw. Bovendien ben ik Europese, mijn invloeden wil ik laten horen. Je
neemt mee wat je hebt. Het is zo'n vreemd snobisme in de wereld van de
jazz: als het Amerikaans is, is het goed." De muziek van het UWO moet het
hebben van klankkleuren, het mengen van bijvoorbeeld fluiten en klarinetten,
een repertoire voorschotelen dat het publiek niet of nauwelijks kent. "Het
moet het oude idioom van de big band wel loslaten", vindt Hazel Leach.
"Zelf materiaal schrijven is voor ons niet moeilijk, maar juist hartstikke
leuk. Je krijgt er een schitterende situatie door. De band is bereid alles
te spelen en jijzelf kunt zoveel experimenteren als je wilt."
Raakvlakken.
Hoewel Christina Fuchs en Hazel Leach - de ene afkomstig uit Duitsland,
de andere uit Engeland, de ene gelouterd in experimentele- en theatermuziek,
de andere in jazz, klassiek en volksmuziek- op het eerste gezicht nauwelijk
raakvlakken hebben, zorgen zij voor een indrukwekkend repertoire.
"Christina en ik zijn beiden geinteresseerd in de orkestratiekant van
muziek: dat je nog kunt schrijven voor zo'n grote bezetting. Onze muziek
bestaat grofweg voor de helft uit geschreven werk, voor de andere helft
uit improvisatie. Hoe kun je de verschillende vormen van improviseren combineren
met geschreven stukken? Antwoord geven op die vraag geeft veel meer vrijheid
dan bij een traditionele bigband."
Hazel Leach is opgegroeid in Engeland en woont sinds 1979 in Nederland.
"In Engelenad leeft volksmuziek nog, hier is het een museumstuk. Ik wil
volksmuziek niet naspelen, maar ik ben wel opgegroeid met de muziek van
mijn land. Die invloeden gebruik ik. Voor onze volgend cd schrijf ik een
stuk met Griekse invloeden, op de vorige deed ik dat met invloeden uit
Sardinië. Dat alles mengt heel mooi met de inbreng van Christina,
die uit de vrije improhoek komt." De bezetting van het United Women's Orchestra
wordt vooral gevormd door vrouwen uit Duitsland en Nederland, maar ook
uit Engeland en Nieuw-Zeeland. Die Laatsten wonen echter wel in Duitsland
of Nederland. Anders was het geven van concerten een onmogelijke zaak.
De huidige recessie maakt het immers steeds moeilijker een groot en dus
duur orkest bij elkaar te krijgen.
"Wij spelen dan ook maar tien à twaalf concerten per jaar",
zegt Hazel Leach. "Voor het geld doen we het niet. Voor elk concert stellen
we een programma samen. Op Stranger Than Para..noia spelen we maar
één set, dus moeten we zuinig zijn op het aantal stukken.
In Tilburg treden we op met (zangeres) Ineke van Doorn. Dat wilden we altijd
al. Omdat onze vaste zangeres is verhuisd naar Dresden, zitten we zonder.
Het is nog een open vraag of zij vervangen wordt, maar we zijn wel benieuwd
of de samenwerking met Ineke bevalt."